Terugblik op de beurs DCONex 2026: nieuws over asbestanalyse en beheer van schadelijke stoffen
![]()
Ook dit jaar vond de DCONex plaats in het Congress Centrum Halle Münsterland in Münster – het vakcongres met bijbehorende vakbeurs rond het beheer van schadelijke stoffen en bouwschadelijke stoffen. Speciale dank gaat uit naar onze partner i3 Membrane, met wie we opnieuw met een gezamenlijke stand vertegenwoordigd waren.
Het CRB-team heeft zich op DCONex 2026 in diverse sessies geïnformeerd over de huidige ontwikkelingen op het gebied van de omgang met schadelijke stoffen en stond opnieuw zelf op het podium om te rapporteren over het onderwerp asbestanalyse. Zo heeft onze laboratoriummanager Dr. Stefan Pierdzig dit jaar een lezing gehouden over geogeen asbest en heeft onze medewerker Dr. Gunnar Ries de workshop “Analyse van amfibolen” gemodereerd. In dit verslag vatten we andere belangrijke onderwerpen van het vakcongres van dit jaar samen:
AI in asbestanalyse: kansen en uitdagingen
Op deze gebieden biedt kunstmatige intelligentie potentieel:
- Voorspelling van de recyclebaarheid van bouwmaterialen
- Schatting van afval- en recyclinghoeveelheden
- Ondersteuning bij planning, bouwtoezicht en kwaliteitscontrole
- Opvragen van regelgeving, normen en voorschriften
Voorwaarde blijft echter hoogwaardige trainingsdata en vakkundige expertise. AI vult de analyse aan, maar vervangt deze niet.
Wijziging van de verordening inzake gevaarlijke stoffen & aanpassing van TRGS 519
De herziene verordening inzake gevaarlijke stoffen (GefStoffV) heeft directe gevolgen voor de TRGS 519 (“Asbest-, sloop-, sanerings- of onderhoudswerkzaamheden”). Belangrijke punten:
- Gedeeltelijke sloop van asbesthoudende bouwdelen (bijv. afzonderlijke vezelcement- of Floorflex-platen) mogelijk in het kader van functioneel onderhoud
- Concrete eisen voor ruimtelijke scheiding en markering
- Documentatieplicht voor resterende asbesthoudende materialen
- Verduidelijkingen over het verbod op afdekken (geldt bijvoorbeeld niet voor asbesthoudende pleister, tegellijm en vulmiddelen; het leggen van een zwevend tapijt op asbesthoudende vloeren is toegestaan)
- Sterkere medewerkings- en informatieplicht van de opdrachtgever
- Vroegtijdig technisch onderzoek al in de planningsfase aanbevolen
Het doel is een rechtszekere uitvoering en tegelijkertijd een versterking van de arbeids- en gezondheidsbescherming.
De blootstellingsrisicomatrix van TRGS 519
Het belangrijkste hulpmiddel voor de saneringsplanning blijft de blootstellingsrisicomatrix van TRGS 519. De matrix classificeert activiteiten op basis van de hoeveelheid vrijgekomen vezels:
- Lage blootstelling: 1.000–10.000 vezels/m³
- Gemiddelde blootstelling: 10.000–100.000 vezels/m³
- Hoge blootstelling: > 100.000 vezels/m³
In principe worden activiteiten zonder voldoende gevalideerde meetwaarden automatisch ingedeeld in de hoogste risicoklasse. Het continue meetprogramma van de beroepsverenigingen (BG Bau, BG ETEM, BG Holz und Metall) bepaalt de blootstellingswaarden voor verschillende activiteiten. Deze gecontroleerde activiteiten moeten worden gepubliceerd in bijlage 9 van TRGS 519. Om gefundeerde gegevens voor toekomstige procedures te genereren, is men afhankelijk van de bereidheid van bouwheren om hun objecten beschikbaar te stellen voor metingen.
Asbest in bouwafval: nieuwe normen voor analyse en verwijdering
VDI 6202 blad 10 in de praktijk
De relatief nieuwe VDI 6202 blad 10 dicht een lacune in de regelgeving voor de omgang met bouwafval dat mogelijk asbest bevat. Er wordt onderscheid gemaakt tussen afbraakafval en afval van gebroken materiaal:
Afgebroken puin:
- Afzonderlijke materialen kunnen nog worden geïdentificeerd.
- Grove, ongebroken stukken of hele bouwdelen zijn herkenbaar.
Gebroken materiaal:
- Meestal zijn er geen afzonderlijke bouwdelen meer herkenbaar.
- Het materiaal is verplaatst en verwerkt.
Tijdens de DCONex 2026 werden verschillende bemonsteringsstrategieën besproken: de reconstructie van de bouwstructuur bij afgebroken puin of de indeling in sectoren, het doorzoeken daarvan en eventueel het aanleggen van proefputten. De bemonstering zelf vindt plaats volgens LAGA PN 98, de analyse volgens VDI 3876 resp. 3866 blad 5.
Bijgewerkte LAGA M 23: betekenis voor sloop en recycling
De oude LAGA M 23 dateert al van juni 2015. De bijgewerkte versie bevat belangrijke vernieuwingen:
- Rekening houden met mineraal bouwafval met een laag asbestgehalte
- Beoordeling van nieuwe inzichten over bouwproducten die asbest bevatten
- Beoordelingswaarde voor asbestvrijheid: 0,01 massaprocent
Gebouwen die na 31-10-1993 zijn gebouwd, worden in de regel als asbestvrij beschouwd, tenzij er redenen zijn om aan te nemen dat er asbest aanwezig is. Bovendien kunnen gebouwen als asbestvrij worden beschouwd als ze volgens de huidige stand van de techniek zijn gesaneerd of als er een overeenkomstig deskundigenrapport beschikbaar is.
Bouwafval met een asbestgehalte van minder dan 0,1 massaprocent kan worden afgevoerd als niet-gevaarlijk afval (afvalcode 17 01 XX, met de vermelding “laag asbestgehalte”); boven 0,1 massaprocent moet het worden geclassificeerd als gevaarlijk afval (17 01 06). De winning en het in de handel brengen van gesteenten met minder dan 0,1 massa-% geogeen asbest blijft toegestaan, mits er geen technisch toegevoegd asbest aanwezig is. Dienovereenkomstig staat de chemische wetgeving het gebruik van minerale bouwafvalstoffen als gerecyclede bouwmaterialen tot deze drempelwaarde toe.
Problematisch blijft echter het ontbreken van een bindende afbakening tussen geogeen en technisch asbest. LAGA M 23 verwijst in dit verband alleen naar de onderzoeksmethoden en evaluatieregels van TRGS 517 en naar de beoordeling van longdoorlatende vezels volgens de definitie van de WHO. Voor recycling geldt in principe: alleen asbestvrij bouwafval zonder technisch asbest is toegestaan; het bewijs dat het afval asbestvrij is, moet worden geleverd door de afvalproducent of -bezitter.
Recycling van bouwmaterialen: tijdsdruk versus vrijheid van schadelijke stoffen
Bij de recycling van bouwmaterialen zijn er duidelijke uitdagingen:
- Tijd- en kostendruk op bouwplaatsen
- Complexe materiaalcomposieten (composietbouwmaterialen)
- Moeilijke scheidbaarheid ter plaatse
- Hoge eisen aan verwerkingsinstallaties
- Vrijheid van schadelijke stoffen als centrale voorwaarde
Zonder betrouwbare analyse is een veilige recycling van minerale bouwmaterialen niet mogelijk.
Onze korte conclusie over DCONex 2026
DCONex 2026 heeft opnieuw duidelijk gemaakt hoe cruciaal het is om een duidelijk technisch onderscheid te maken tussen technisch gebruikt en zogenaamd geogeen asbest voor analyse, verwijdering en recycling. Waarom ons testlaboratorium duidelijke richtlijnen voor de omgang met geogeen asbest eist, kunt u lezen in dit recente persbericht.
Het vakcongres overtuigde opnieuw met een hoge inhoudelijke kwaliteit, met name op het gebied van asbestanalyse, regelgeving en recycling. Ook de vakmatige uitwisseling met andere exposanten, branchevertegenwoordigers en congresdeelnemers op onze gezamenlijke stand met i3 Membrane was opnieuw een echt hoogtepunt. Hartelijk dank voor de vele interessante en stimulerende gesprekken. We kijken nu al uit naar de volgende DCONex op 26 en 27 januari 2027.
Een nog uitgebreider verslag van DCONex 2026 kunt u lezen in de blog van onze collega Dr. Gunnar Ries.